1 Korintiers 4:1-21 nld1939 - Bible AI

1 Men moet ons zonder meer als dienaars van Christus beschouwen, en beheerders van Gods geheimenissen.

2 Welnu, van de beheerders wordt slechts gevorderd, dat ze trouw worden bevonden.

5 Daarom, oordeelt niet vóór de tijd, niet voordat de Heer komt, die zowel de verborgenheden der duisternis aan het licht zal brengen, als de bedoelingen der harten openbaren. En dan zal een ieder lof ontvangen van God.

6 Broeders, ik heb deze dingen toegepast op mijzelf en Apollo terwille van u, opdat gij in ons voorbeeld zoudt leren: “Niet boven hetgeen geschreven staat;” opdat de een zich niet opblaast ten voordele van een ander en ten nadele van een derde.

7 Wie eigenlijk houdt u voor zo iets bijzonders? Of wat hebt ge, dat ge niet verkregen hebt? En zo ge het verkregen hebt, wat pocht ge dan, als hadt ge het niet verkregen?

11 Tot op dit uur lijden we honger, dorst en naaktheid; we worden mishandeld, we zwerven rond;

12 in handenarbeid putten we ons uit. Worden we gescholden, we zegenen; worden we vervolgd, we verdragen het;

13 worden we gelasterd, we spreken ten goede. Als uitvaagsel der wereld zijn we geworden, het grootste uitschot tot op de huidige dag.

15 Want al hadt gij ook tienduizend leermeesters in Christus, vele vaders hebt gij niet; ik heb u door het Evangelie in Jesus Christus verwekt.

16 En daarom smeek ik u: weest mijn navolgers.

17 Om dezelfde reden heb ik Timóteus naar u toe gezonden, die mijn geliefde en getrouwe zoon is in den Heer; hij zal u mijn wegen in Christus in herinnering brengen, zoals ik ze overal in alle kerken leer.

21 Wat verkiest gij? Zal ik met de roede tot u komen, of met liefde en zachtmoedigheid?

PUBLIC DOMAIN
/div>