Job 31:1-40 nld1939 - Bible AI

1 Toch had ik een verbond met mijn ogen gesloten, Om niet te kijken naar een maagd.

4 Slaat Hij mijn wegen niet gade, En telt Hij al mijn schreden niet?

8 Dan moge ik zaaien, een ander het eten, En wat ik geplant heb, worde uitgerukt!

26 Indien ik heb opgestaard naar de stralende zon, Naar de glanzende maan, die haar weg vervolgde,

33 Indien ik mijn misdaad voor de mensen bedekt heb, In mijn boezem mijn schuld heb verborgen,

38 Indien mijn akker tegen mij klaagde Zijn voren gezamenlijk weenden;

39 Indien ik zijn vrucht heb genoten, zonder te betalen, En zijn bezitter liet zuchten:

40 Dan mogen doornen opschieten inplaats van tarwe, En stinkend onkruid inplaats van gerst! Hier eindigen de woorden van Job.

PUBLIC DOMAIN
iv>