Prediker 3:1 nld1939 - Bible AI

1Alles heeft zijn uur; Voor al wat er onder de hemel gebeurt, is er een vaste tijd:

2Een tijd van baren, en een tijd van sterven; Een tijd van planten, en een tijd van ontwortelen;

3Een tijd van moorden, en een tijd van genezen; Een tijd van afbreken, en een tijd van opbouwen;

4Een tijd van schreien, en een tijd van lachen; Een tijd van rouwen, en een tijd van dansen.

5Een tijd van stenen wegwerpen, een tijd van stenen rapen; Een tijd van omhelzen, en een tijd van gescheiden zijn;

6Een tijd van zoeken, en een tijd van verliezen; Een tijd van bewaren, en een tijd van verspillen;

7Een tijd van scheuren, en een tijd van naaien; Een tijd van zwijgen, en een tijd van spreken;

8Een tijd van beminnen, en een tijd van haten; Een tijd van oorlog, en een tijd van vrede.

14 Ik begreep, dat al wat God doet, voor altijd blijft; Daar kan men niets aan toevoegen of van afdoen: God maakt het zo, dat men Hem vreest.

17 Maar ik dacht bij mijzelf: Eens zal God den vrome en den boze richten; Want ieder ding en ieder werk heeft bij Hem zijn tijd.

19 Want mens en dier hebben hetzelfde lot. De één moet sterven even goed als de ander; Want beiden hebben zij dezelfde adem. De mens heeft niets vóór boven het dier; Waarachtig, alles is ijdelheid!

20 Zij gaan beiden naar dezelfde plaats; Beiden kwamen zij voort uit stof, En beiden keren zij terug tot stof.

PUBLIC DOMAIN
div>