1 Halleluja! Looft Jahweh, want Hij is goed En zijn genade duurt eeuwig!
3 Gelukkig hij, die de wet onderhoudt, En altijd het goede blijft doen!
7 Onze vaderen in Egypte Hebben al niet op uw wonderen gelet; En zonder aan uw talrijke gunsten te denken, Zich bij de Rode Zee tegen den Allerhoogste verzet!
9Hij bedreigde de Rode Zee, ze liep droog, Hij leidde hen tussen de golven als door een uitgedroogd land.
16 Daarna werden ze in hun kamp afgunstig op Moses, En op Aäron, aan Jahweh gewijd.
22 Wonderwerken in het land van Cham, Ontzaglijke daden bij de Rode Zee.
25 Ze begonnen in hun tenten te morren, En luisterden niet naar Jahweh’s stem.
29 Ze tergden Hem door hun gedrag, Zodat er een slachting onder hen woedde.
43 En al bracht Hij hun telkens verlossing, Ze bleven in hun opstand volharden! Maar werden ze door hun misdaad vermorzeld,
45 Dan was Hij voor hen zijn verbond weer indachtig, Had deernis met hen naar zijn grote ontferming;
47Ach, red ons Jahweh, onze God, En breng ons uit het land der heidenen samen: Opdat wij uw heilige Naam mogen danken, En uw heerlijkheid prijzen!
48 Gezegend zij Jahweh, Israëls God, van eeuwigheid tot eeuwigheid! Laat heel het volk het herhalen: Amen! Halleluja!