Psalmen 135:1-21 nld1939 - Bible AI

1 Halleluja! Looft Jahweh’s Naam, Looft Hem, dienaars van Jahweh:

2 Gij, die in het huis van Jahweh staat, In de voorhoven van het huis van onzen God!

3 Looft Jahweh: want Jahweh is goed, Verheerlijkt zijn Naam: want die is zo lieflijk;

4 Want Jahweh heeft Zich Jakob verkoren, En Israël tot zijn bezit!

5 Ja, ik weet het: Jahweh is groot, Onze Heer boven alle goden verheven;

6 Jahweh doet wat Hij wil In hemel en aarde, in zeeën en diepten.

7 Hij laat de wolken verrijzen Aan de kimmen der aarde; Smeedt de bliksem tot regen, Haalt de wind uit zijn schuren.

8 Hij was het, die Egypte’s eerstgeborenen sloeg, Van mensen en vee;

9 Die tekenen en wonderen deed in uw midden, Egypte, Tegen Farao en al die hem dienden;

10 Die talrijke volken versloeg, En machtige koningen doodde:

11 Sichon, den vorst der Amorieten, En Og, den koning van Basjan. Hij was het, die alle vorsten vernielde En alle koninkrijken van Kanaän;

12 En die hun land ten erfdeel gaf, Tot bezit aan Israël, zijn volk.

13 Uw Naam duurt eeuwig, o Jahweh, Uw roem, o Jahweh, van geslacht tot geslacht;

14 Want Jahweh schaft recht aan zijn volk, En ontfermt Zich over zijn dienaars.

15 Maar de goden der volken zijn zilver en goud, Door mensenhanden gemaakt:

16 Ze hebben een mond, maar kunnen niet spreken; Ogen, maar kunnen niet zien;

17 Oren, maar kunnen niet horen; Ze hebben geen adem in hun mond.

18 Aan hen worden gelijk, die ze maken, En allen, die er op hopen!

19 Huis van Israël, zegent dan Jahweh; Huis van Aäron, zegent dan Jahweh;

20 Huis van Levi, zegent dan Jahweh; Die Jahweh vrezen, zegent dan Jahweh;

21 Gezegend zij Jahweh uit Sion, Hij, die in Jerusalem woont!

PUBLIC DOMAIN
v>