1 Halleluja! Looft Jahweh, want Hij is goed: Zijn genade duurt eeuwig!
5 Die met wijsheid de hemelen schiep: Zijn genade duurt eeuwig!
6 De aarde op de wateren legde: Zijn genade duurt eeuwig!
7 De grote lichten heeft gemaakt: Zijn genade duurt eeuwig!
8 De zon, om over de dag te heersen: Zijn genade duurt eeuwig!
9 Maan en sterren, om te heersen over de nacht: Zijn genade duurt eeuwig!
10 Die Egypte in zijn eerstgeborenen sloeg: Zijn genade duurt eeuwig!
13Die de Rode Zee in tweeën kliefde: Zijn genade duurt eeuwig!
17 Machtige vorsten versloeg: Zijn genade duurt eeuwig!
18 Beroemde koningen doodde: Zijn genade duurt eeuwig!
19 Sichon, den vorst der Amorieten: Zijn genade duurt eeuwig!
20 Og, den koning van Basjan: Zijn genade duurt eeuwig! En alle vorsten van Kanaän: Zijn genade duurt eeuwig!
21 Die hun land ten erfdeel gaf: Zijn genade duurt eeuwig!
22 Tot bezit aan Israël; zijn dienaar: Zijn genade duurt eeuwig!
25 Die voedsel geeft aan al wat leeft: Zijn genade duurt eeuwig!
26 Looft den God der hemelen: Zijn genade duurt eeuwig!