Psalmen 29:1-11 nld1939 - Bible AI

1 Een psalm van David. Brengt Jahweh, zonen Gods, Brengt Jahweh glorie en lof.

2 Brengt Jahweh de eer van zijn Naam; Huldigt Jahweh in heilige feestdos!

3 De stem van Jahweh over de wateren! De God van majesteit, Jahweh, dondert over de onmetelijke plassen!

4 De stem van Jahweh vol kracht, De stem van Jahweh vol glorie!

5 De stem van Jahweh verbrijzelt de ceders, Jahweh slaat de ceders van de Libanon te pletter.

6 Als een kalf laat Hij de Libanon huppelen, De Sjirjon als het jong van een buffel.

7 De stem van Jahweh braakt vurige flitsen; En in zijn paleis roept iedereen: Glorie!

8 De stem van Jahweh laat de wildernis beven, Jahweh schokt de steppe van Kadesj;

9 De stem van Jahweh wringt eiken krom, En ontbladert de wouden.

10 Jahweh zetelt op de orkaan, Jahweh troont er als Koning voor eeuwig!

11 Jahweh geeft kracht aan zijn volk; Jahweh zegent zijn volk met de vrede!

PUBLIC DOMAIN
>