2 Ik riep tot U: “O Jahweh, mijn God!” En Gij hebt mij genezen, o Jahweh!
4 Jahweh’s vromen, zingt Hem een lied, En verheerlijkt zijn heilige Naam:
5 Want zijn toorn duurt maar een ogenblik, Zijn goedheid levenslang; ‘s Avonds komt er geween, Maar ‘s morgens is er weer vreugd.
12 Opdat mijn geest U zou prijzen, en nooit meer zou zwijgen, U eeuwig zou loven, o Jahweh, mijn God!