Psalmen 33:1-22 nld1939 - Bible AI

1 Gij rechtvaardigen, heft Jahweh een jubelzang aan; De psalm is een lust voor de vromen!

3 Stemt een nieuw lied voor Hem aan, Tokkelt de lieren, lustig en luid!

4 Want Jahweh’s woord is waarachtig, Onveranderlijk al zijn daden.

5 Gerechtigheid en recht heeft Hij lief; Van Jahweh’s goedheid is de aarde vol.

6 Door het woord van Jahweh zijn de hemelen gemaakt, Door de adem van zijn mond heel hun heir;

7 Hij verzamelde het water der zee in een zak, Legde de oceanen in schuren op.

8 Heel de aarde moet Jahweh vrezen, Al de bewoners der wereld Hem duchten.

9 Want Hij sprak: en het was; Hij gebood: en het stond.

11 Maar Jahweh’s raadsbesluit staat in eeuwigheid vast: Wat zijn hart heeft bedacht, van geslacht tot geslacht.

16 Geen koning overwint door de macht van zijn heir, Geen held wordt gered door geweldige kracht;

18 Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen:

19 Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood.

20 Onze ziel blijft opzien tot Jahweh: Hij is onze hulp en ons schild;

21 In Hem verheugt zich ons hart, Wij vertrouwen op zijn heilige Naam.

22 Uw genade, o Jahweh, dale over ons neer, Naarmate wij op U blijven hopen!

PUBLIC DOMAIN
>