Psalmen 38:1 nld1939 - Bible AI

1 Van David; bij het herinneringsoffer. Jahweh, tuchtig mij niet in uw toorn, Kastijd mij niet in uw gramschap:

4 Want mijn misdaden stapelen zich op mijn hoofd, En drukken mij neer als een loodzware last.

11 Mijn vrienden en makkers keren zich af om mijn plagen, En mijn verwanten staan op een afstand te spotten;

12 Die mijn leven belagen en mijn ongeluk zoeken, Bespreken mijn val, en belasteren mij de hele dag.

15 Neen, Jahweh, ik verlaat mij op U: Antwoord Gij, mijn Heer en mijn God;

16 Want ik vrees, dat men zich vrolijk over mij maakt, Een grote mond tegen mij zet, nu mijn voeten wankelen.

18 Want ik moet wel mijn misdaad bekennen, En bekommerd zijn over mijn schuld.

PUBLIC DOMAIN
div>