1 Een lied van Asaf. God staat op in de goddelijke raad, Houdt gericht te midden der goden!
2 Hoelang nog zult gij onrechtvaardige vonnissen vellen, En voor de bozen partij blijven trekken?
6 Ik had gezegd: Gij zijt goden, Zonen van den Allerhoogste, gij allen;